Artikel: Jurisprudentie (on)uitvoerbaarheidstoets (B)OPA: een tussenstand...

De laatste tijd worden er steeds meer uitspraken gewezen over hoe na het vervallen van de eis van onlosmakelijke samenhang en de aanhakingsplicht moet worden omgegaan met beroepsgronden die zien op het bij een (B)OPA ontbreken van een wellicht noodzakelijke omgevingsvergunning voor een Flora- en Fauna- dan wel Natura 2000-activiteit (art. 5.1, lid 2, onder g respectievelijk art. 5.1, lid 1, onder e van de Omgevingswet, Ow).

Artikel 5.7 lid 1 Omgevingswet (Ow) bepaalt namelijk dat een aanvraag om een omgevingsvergunning naar keuze van de aanvrager op één of meer activiteiten betrekking kan hebben. In art. 5.7 lid 1 Ow is dus het uitgangspunt vervat dat de aanvrager volledige vrijheid heeft bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarvoor hij een omgevingsvergunning nodig heeft. Hij kan ervoor kiezen om voor elke activiteit afzonderlijk een omgevingsvergunning aan te vragen, of voor verschillende activiteiten tegelijk. De Ow biedt de aanvrager hiermee flexibiliteit. Voor meer achtergronden over de beweegredenen van de wetgever inzake het laten vervallen van de onlosmakelijke samenhang wordt verwezen naar mijn artikel 'Verlost' van de onlosmakelijke samenhang: maar hoe nu verder?', Land- en Tuinbouwbulletin (LTB), maart 2026/16.

Ondanks het vervallen van het vereiste van onlosmakelijke samenhang geldt er bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) en bij de omgevingsplanactiviteit (OPA) binnenplans afwijken wel een (on)uitvoerbaarheidstoets in het kader van de toetsing van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). In dat verband moet toch worden bekeken of het project al dan niet onuitvoerbaar kan zijn vanwege de aspecten Flora- en fauna en Natura 2000. Hierna wordt een tussenstand gegeven hoe deze (on)uitvoerbaarheidstoets in de jurisprudentie tot nog toe wordt toegepast.

Het volledige artikel is hier te lezen